Zalig zoete zintuiglijke zinnen

Die had ik verwacht te schrijven zondag. En ja, ik heb geschreven, heerlijk geschreven zelfs. Rakend geschreven ook, maar zalig zoet? Nee. Er waren geen karmozijn rode velours gordijnen in mijn verbeelding, geen romantische scènes tussen het wulpse meisje en haar boerensoldaat bij de ijzeren poort van het fort. Er waren woorden van het hart. Woorden van verlies. Hooggehakte snelle stappen, vuurrode ogen in de spiegel, glinsterend sterrenstof vol liefde. Koningsblauwe sjaals en een zilveren sleutel tot het hart van de vrouw die hem op haar licht gebruinde huid droeg. Er waren paarse lippen die geen woorden meer konden vormen, er was kou tot op het bot gevoeld. Knotwilgen diep geworteld in de grond, zuchtend om een straaltje zon in de striemende regen. Enthousiaste krullenbossen die aan mij wilden snuffelen, het baasje van de hond die mij vernietigend aankeek toen ik zijn krullenbos mijn hand toestak. Een hoofd overvol met woorden en indrukken, klaar om te ontploffen als het buskruit dat vroeger opgeslagen stond in het fort. Het was een zalige, prachtige dag, zilt als het zout dat uit de voegen kroop op de slaapkamer van de soldaten en de tranen die ik wegslikte. Heel soms is zilt en koud veel inspirerender dan zoet en warm, zo leerde ik.

Inspiratie komt zoals het komt

Soms komt inspiratie anders dan je van tevoren bedenkt, maar als je daadwerkelijk geïnspireerd wilt worden, zoals ik tijdens de Zintuiglijke Wandeling met Christine Pannebakker (en 15 anderen) gisteren, dan komt het wel. Ik had niet verwacht dat ik me zou moeten laten inspireren door soep en al helemaal niet dat er een scène over het verlies van mijn moeder uit zou volgen, maar dat was wel wat er gebeurde. Ik had verwacht dat het bezoek aan het fort mij zou inspireren tot het schrijven van een mooie scène, maar eenmaal daar zat mijn hoofd zo vol dat ik alleen daarover kon schrijven, dus deed ik dat. Ik had niet verwacht dat een opgekrulde kat in zijn teddyberen zachte mandje mij zou inspireren. Dat ik tot op het bot verkleumd buiten zou lopen en met stijf geworden vingers mijn steeds verder over het papier uitlopende roze pen zou hanteren om een scène, die ineens bleek over mijn eigen Hobbes en mij te gaan, te schrijven. Ik had niet verwacht dat ik zou schrijven over het onzichtbare sterrenstof vol liefde, hoop en kracht dat mijn moeder over mij en mijn zus uitgestrooid moet hebben toen ze heenging, maar ik was er dankbaar voor.

 

Christine Pannebakker en ik gaan helemaal op in het verhaal. Deze foto is gemaakt door Zonneke Kimpen en plaats ik met toestemming.

Meegaan op de golven

De allermooiste inspiratie is degene die je meevoert op haar golven. Die je verrast, ontroert of vertedert. Die je ogen vol doet stromen met tranen, of je kippenvel geeft. Die je bevrijdt van demonen, of van diepgevoeld gemis. Die je lichter maakt omdat je woorden gaf aan alles wat je voelde, maar nooit kon zeggen. Die hoop geeft in de duisternis, frisse lucht ademt aan het eind van de tunnel. Dát is waar de magie gebeurt, dat is waar je wilt zijn, dat is waar je komt als je je pen laat gaan in een omgeving die inspireert en wakker maakt wat sliep. Dat is wat de juiste vragen en de juiste woorden kunnen doen. Dat is wat ruimte voor alles wat er mag komen met je doet.

Hoe vaak gun jij jezelf die ruimte?

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *